Verhalen vertellen met data: wat heb jij te zeggen?

Datajournalist Frédérik Ruys weet graag welk verhaal er gevisualiseerd moet worden, voor hij nadenkt over de vorm. “Wat je wilt vertellen is het allerbelangrijkst.” Tijdens zijn presentatie op mini-congres Every Picture tells a Story benadrukt hij het belang van research, verhalen en een duidelijk doel: “Een datavisualisatie is pas gelukt, als iedereen het snapt.”

Junk charts

Datavisualisaties zijn in de mode. Helaas levert dat niet alleen maar goede infographics op. “Veel datavisualisaties laten teveel data zien”, zegt Ruys. “Ze zien er vrolijk, fleurig en vaak best verzorgd uit. Maar ik vind ze een gruwel, junk charts zijn het. Het ontbreekt ze vaak aan van alles.” Zo hebben ze:

  • geen hiërarchie
  • te hoge informatiedichtheid
  • geen kop of staart
  • geen verhaal
  • willekeurig gekozen elementen

Dat deze ‘illustraties’ toch infographics worden genoemd hoort volgens Frédérik bij de hype – “daar zullen we overheen groeien”.

Kunst van data

Ruys laat veel eyecandy zien, waaronder bovenstaande visualisatie door Aaron Koblin waarop alle vluchten in het Amerikaanse luchtruim te zien zijn. “Meer kunst dan journalistiek vind ik, want inhoudelijk draagt het niet bij aan het verhaal. Wat vertelt het ons nu eigenlijk? Dat het vliegverkeer in het oosten eerder op gang komt, komt natuurlijk door het tijdsverschil. Verder zegt het mij niet veel: lezers en publiek worden niet bij de hand genomen.”

Decoreren

In sommige gevallen spreken de makers zelf ook van kunst. “Dan vinden ze het zonde om er labels of annotaties bij te zetten”, zegt hij. “Maar voor mij is het belangrijkste van datavisualisaties dat ze verhalen kunnen vertellen. Zonde als je er dan geen verhaal uit kunt halen door een gebrek aan uitleg.” Liever informeren dan decoreren, is het devies. Hoewel er niets mis is met decoreren, al heb je dan nog geen verhaal…

Alles kan

De presentatie gaat verder met een animatie van de ABC Television over misbruik binnen de katholieke kerk. “We kunnen alles maken, we hebben genoeg data, rekentijd en tools. Maar je moet niet alles willen maken: wat hier verteld wordt, verzuipt in beeld.” Niet alleen de makers van deze animatie branden daar hun handen aan: “The New York Times experimenteert ook veel over de rug van de lezers. We moeten blij zijn met die experimenten, maar sommige visualisaties zijn veel te complex.” Volgens Ruys hebben sommige verhalen meer uitleg nodig om tot hun recht te komen. “Voeg een kop en intro toe, annotatie en labels waar nodig, en visualiseer iets alleen als dat toegevoegde waarde heeft. Zo neem je de lezer mee in je verhaal. Het mooie is dat ze dat bij de New York Times ook steeds meer doen.”

Integratie

“In de toekomst worden beelden, infographics en teksten volledig geïntegreerd”, voorspelt Ruys. “Design wordt minimalistischer; functioneel als een letter in de krant. Die moet vooral prettig lezen. De toekomst bestaat uit sterke verhalen met simpele beelden. Eenvoudige illustraties werken ontzettend goed, het gaat om de toepassing.” Voorbeelden als Hans Rosling “eigenlijk een heel kneuterige presentatie” en Wealth Inequity in America “hele simpele vormen” passeren de revue.

Verhalen

“Wat heb jij te vertellen? Is het een goede visualisatie? Past het wel bij het verhaal?” Het zijn de vragen die je je tijdens het visualiseren van data moet stellen. “Blijf altijd kritisch,” waarschuwt Ruys, “blijf niet hangen in het orgasme van ‘wat ziet het er schitterend uit’.” Bij elke vraag past een ander type datavisualisatie: zo zet je waar op een kaart, en wanneer op een tijdslijn. Om dat goed te kunnen, moet je weten wat je wilt vertellen. En vertel dat verhaal dan zo, dat het publiek het begrijpt. Want een datavisualisatie is pas goed gelukt, als iedereen het snapt.