Datavisualisatie, dat is toch niet nodig?

opticien

Een fijne onderbreking van een lap tekst; tijdrovend om te maken, dus ongeschikt voor kleine redacties; niet nodig, maar leuk om te zien. Zo dacht journalist Tobias Pieffers tot voor kort over datavisualisaties. Een online workshop ‘Introduction to data visualization’ van het Knight Digital Media Center bracht daar verandering in.

opticien

Het kwartje viel in de eerste paar minuten van de tutorial. “Zicht is ons primaire zintuig,” legde Digital Media Trainer Len de Groot uit, “gevisualiseerde informatie wordt beter onthouden.” Als journalist wil ik dat mensen de door mij gedeelde kennis opslaan. Nu we dagelijks worden blootgesteld aan een overkill van informatie, zijn nieuwe gereedschappen die daarbij helpen zeer welkom.

Volgens De Groot worden datavisualisaties of infographics gebruikt, wanneer bijvoorbeeld journalisten een impact willen hebben. Een kaart met de looproute van een schoolschutter en de slachtoffers die hij onderweg maakte bijvoorbeeld. “Maar datavisualisatie is niet alleen een manier om informatie over te brengen, het is ook een middel om verbanden te ontdekken.” Zo ontdekte John Snow in 1854 de bron van de cholera-epidemie in Londen. Dat deed hij door informatie die hij kreeg door met Londenaren te praten, in te voeren in een stadsplattegrond.

Volgens Len de Groot is het belangrijk dat kaarten duidelijk zijn. “Een taartdiagram waarvan de totale som meer dan 100% is creëert verwarring. En 3D effecten maken een diagram ook onduidelijk, ze vertekenen de het diagram.” Staafdiagrammen zijn bijna altijd beter dan lijn- of oppervlakte diagrammen. “Omdat mensen lengte makkelijker waarnemen dan oppervlakte”, legt De Groot uit.

De tekst rond een kaart of diagram moet in één oogopslag correct te interpreteren zijn. “Op televisie worden kaarten vaak maar enkele seconden getoond, houd een kaart daarom zo simpel mogelijk.” Jezelf redigeren is volgens De Groot één van de kernvaardigheden van datajournalisten. ‘If it doesn’t need to be there, take it out’ is het devies.

Wie met data wil werken moet ook kennis hebben van statistiek, en weten wat gemiddelden, medianen en modussen zijn. Dat is misschien een bittere pil, maar wel één die de moeite waard is om te slikken. Want de verhalen die door data inzichtelijk worden gemaakt, zijn prachtig. Dat demonstreert Hans Rosling wel in onderstaande video.

Tot slot heeft De Groot nog een tip voor de kleine redacties: “Begin klein. Leer elke redacteur de basisvaardigheden. Kies zorgvuldig bij welk verhaal een infographic komt, want niet ieder verhaal heeft er één nodig. De regelmaat simpele producties leidt vanzelf tot meer.”

Op de site van KDMC Berkeley kun je de training terugkijken: zowel de ochtendsessie, als de middagsessie (lokale tijd).

Filed under Geen categorie